ACHTERGROND ARMENIË

Armenië, officieel de Republiek Armenië, is een bergachtig land in de Zuidelijke Kaukasus, gelegen in het noordoostelijke deel van het Armeense Hoogland. Geografisch gezien behoort het land tot Azië, maar in culturele en historische zin beschouwt het zich als behorend tot Europa en noemt zich een Europees land.

De regeringsvorm is een presidentiële republiek met een presidentieel systeem en een meerpartijenstelsel (democratie).  Bron: Wikipedia (NL).

De Armeniërs noemen hun land Hajastan, naar Haik, de achterachterkleinzoon van Noach. Armenië heeft een oppervlakte van 31.200 km² (0,75 x Nederland). De hoofdstad is Yerevan (ca. 1.080.000 inwoners). Andere grote steden zijn Gyumri (ca. 125.000 inwoners) en Vanadzor (ca. 95.000 inwoners). Het totale aantal inwoners bedraagt 3.022.000 volgens een telling in 2020. Godsdienst: Armeens Apostolische Kerk, Rooms-Katholiek, Russisch Orthodox en Protestant.

De bevolking bestaat voor 98% uit Armeniërs, de rest uit o.a. Jezidi's, Russen en en diverse andere bevolkingsgroepen. De munteenheid is Dram (AMD). De taal is Armeens en Russisch. Het Armeens heeft een eigen schrift met een alfabet bestaande uit 36 letters. Het klimaat is continentaal, subtropisch (zuiden) en alpien (hooggebergte).

 

De hoofdstad Yerevan ( 900 tot 1.300 m hoogte) behoort tot de oudste steden ter wereld en is al ongeveer 7.000 jaar permanent bewoond. Liggend op de grens tussen oost en west heeft Yerevan een vleugje Europa en een vleugje Azië. De stad wordt door de rivier de Hrazdan, een zijrivier van de Araks, in tweeën gedeeld. Bij helder weer is in het zuiden duidelijk de mythische berg Ararat (5.165 m) te zien, een dubbelvulkaan en voor Armeniërs onbereikbaar nadat het door Turkije werd ingelijfd. 

 

Historie
Sinds 800.000 jaar leven er mensen in Armenië. Al 12.000 jaar geleden behoorde de Araratvallei tot de bakermat van de landbouw, gevolgd door de domesticatie van vee en huisdieren en van metaalbewerking. Dit blijkt uit oude rotstekeningen en heiligdommen.

 

Landschap
Het bergachtige karakter van Armenië geeft een grote verscheidenheid aan landschappen met gekarakteriseerd door hoogteverschillen en steilte van hellingen. In Armenië is veelal sprake van landschapzones, afhankelijk van de variatie in hoogte die gemiddeld 1.500 tot 2.000 meter kunnen bedragen, maar ook uitschieters hebben tot 3.700 meter. Binnen het land onderscheidt men zeven natuurlijke landschapzones: woestijnen, half-woestijnen, droge steppen, steppen, bossen, subalpiene en alpiene graslanden.

 

Armenië grenst niet aan zee, maar wordt omringd door Turkije in het westen Georgië in het noorden, Azerbeidzjan in oosten en zuidwesten en door Iran in het zuiden. Het land is verdeeld  in 11 ‘marzer’, die weer onderverdeeld zijn in 37 provincies. 

 

Meer dan 200 rivieren stromen door Armenië. De belangrijkste is de Araks, die in Oost-Turkije ontspringt, door de Araratvallei stroomt en in het zuidwesten de grens met Turkije en in het zuiden met Iran vormt. Al het rivierwater stroomt naar de Kaspische Zee.

 

De vulkanische bodem is erg vruchtbaar. Toch is Armenië niet zelfvoorzienend, het moet voedsel invoeren. Slechts 20% van het land is geschikt voor akkerbouw, 24% is in gebruik als weidegrond en, vooral in het noord- zuidoosten, nog maar 10% is bos, overgebleven na ontbossing. Fruitteelt is erg belangrijk. De Ararat vallei is hiervan het centrum.